Groeiafwijkingen Anthurium (deel 2)

In dit tweede deel van groeiafwijkingen bij Anthuriums gaan we verder in op een aantal fysiologische verschijnselen die in de praktijk regelmatig voorkomen bij Anthurium. Deze afwijkingen hebben vaak een duidelijke relatie met klimaat, voeding en gewashandling en kunnen sterk verschillen per ras en teeltsituatie. Door de oorzaken goed te begrijpen, is er in veel gevallen ook gericht op te anticiperen.

Screenshot2026-04-29105658

Gele kolven

Dit fenomeen treedt met name op onder zomerse omstandigheden als de RLV te laag is (<60%). Oude gewassen en gewassen met slechtere wortelconditie zijn extra gevoelig voor dit fenomeen. Ook is er sprake van rasgevoeligheid.

Voorkom gele kolven door optimale klimaatomstandigheden te waarborgen. Tijdig oogsten van bloemen is ook belangrijk. In de zomer kan tweewekelijks oogsten zelfs noodzakelijk zijn.

Trage afrijping

Als de bloemtemperatuur laag is, gaat de afrijping van de kolven traag. Het witte deel aan de onderzijde van de kolf verschijnt pas na het ontvouwen van het schutblad. Snellere afrijping kan gerealiseerd worden door het eerder sluiten van het doek, belichting en gebruik van de bovenverwarming.

Trage afrijping.
Trage afrijping.

Blauw- en glazigheid

Onder bepaalde omstandigheden doet blauw zich voor bij rode en oranje cultivars. Glazigheid treedt op bij witte soorten. Er is een sterke mate van soortgevoeligheid voor dit verschijnsel.

Voeding
Vooral een te laag calcium ingebouwd in de schutbladeren versterkt het probleem. Zorg voor een K:Ca gift van 1,2-1,3 : 1. Bij een té hoge kali gift neemt het gewas minder calcium op.

Een lage pH (<5,5) én lage EC (snij: <1,3-1,4 mS/cm knijpmonster en pot: < 0,4-0,5 mS/cm bij 1:1,5 analyse) versterken het fenomeen.

Klimaat
Zorg dat de bloemen warm blijven, zeker aan het einde van de dag. Als de instraling minder dan 50 watt boven de uitstraling zit, is het tijd voor doeksluiting. Geef het bovennet prioriteit waardoor uitstraling minder kans krijgt. Houd een vlak temperatuurregime aan. Grote temperatuurschommelingen zorgen voor een onbalans tussen wortel- en bovengronds gewas. Een basis vochtafvoer waardoor de plant altijd de kans heeft z’n vocht kwijt te raken is belangrijk. Dit kan middels vochtafvoer door de luchtramen, condensatie op het glas of actieve ontvochtiging. Een CO2 niveau boven de 700ppm kan de fysiologische afwijking versterken. Een inactieve dag volgend op dagen met mooi weer, geeft gemakkelijk blauw/glazigheid. Luchtbeweging door ventilatoren of slurven van de klimaatbehandelkasten vermindert de problematiek ook.

Snij anthurium gewasonderhoud
Jong bladbreken versterkt de gevoeligheid voor dit fenomeen. De aanvoer van calcium naar het schutblad neemt af en de verdampingscapaciteit van het gewas vermindert door het ontbreken van jonge bladeren. Ook bij jonge gewassen treedt het gemakkelijker op omdat het wortelgestel nog in goede staat is en de afstand tussen wortel en blad relatief kort is.

Glazigheid in een witte bloem.
Glazigheid in een witte bloem.
Kleine blauwe puntjes.
Kleine blauwe puntjes.
Zeer ernstige vorm van blauw.

Internoden strekking

Anthurium heeft van nature de mogelijkheid om naar het licht te groeien door de internoden langer te laten worden. Hier speelt een sterke mate van rasgevoeligheid. Het verschijnsel is ongewenst voor de plantopbouw en verankering in het substraat (potanthurium) en het omhoog groeien van het gewas en snelle veroudering (snijanthurium).

Het té diep poten waardoor (een deel) van het groeipunt in het donker komt te staan zorgt voor een impuls voor de plant om omhoog te groeien. Een vochtig microklimaat met stilstaande lucht en een hoge luchtvochtigheid versterken de strekking van de internoden. Een lage EC en veel stikstof bevorderen de strekking ook. De internode reageert traag na een bepaalde (klimaat)actie. Na de winter onder lichtarme omstandigheden (Europa) is in april/mei de internoden strekking op z’n heftigst, na de donkerste dagen.

Snijanthurium
Té volle bladstand geeft strekking van de internoden. Het gewas gaat opzoek naar licht. Jong bladbreken en halveren van bladeren zorgt voor meer licht in het gewas en daardoor kortere interoden.

Extreme internoden strekking in snijcultuur gewas.
Extreme internoden strekking in snijcultuur gewas.

Blad- en bloemsteel strekking

In de periode met afnemende daglengte (vanaf half september in Europa) is er meer kans op strekking van blad- en bloemsteel. Bij planten die worden belicht is deze strekking vaak groter dan bij planten die niet worden belicht.

De eerste strekking is te zien wanneer de stand van de zon steeds meer daalt, de zonkracht afneemt, de gemiddelde planttemperatuur daalt en er meer gestookt wordt in vloer of onderbuis. Dit zijn enkele factoren die van invloed zijn op de strekking. Daarnaast zijn er mogelijk nog factoren zoals verandering van het lichtspectrum (meer rood dan verrood licht), het korter worden van de daglichtperiode en meer vocht in het microklimaat.

De oorzaak van rek in bloem- en bladsteel is nog niet voor 100% vastgesteld. Het vermoeden is dat vanwege te weinig verdamping in combinatie met een hoge worteldruk de stuwing in de cellen te veel toeneemt.

Vanwege de daling van de buitentemperatuur wordt er meer gestookt, vooral in de vloer of onderbuis. Het verschil in wortel- en planttemperatuur neemt toe. Er wordt vaak een verschil gemeten van meer dan 2°C tussen wortel- en planttemperatuur.

Bij onderbelichting wordt deze strekking versterkt. Vanwege de belichting warmen de bovenste bladeren meer op. De plant wordt actief. De verdamping start, maar ook de worteldruk neemt toe. De plant wil het opgenomen water naar de bladeren pompen, maar de bladeren onder in de plant blijven nog koud. Er is dus wel verdamping, maar te weinig in relatie tot de worteldruk.

Als de bloemknop vlak staat strekt de bloemsteel niet meer verder door.

Sw. Dream knop vlak (rood) dan geen rek meer.
Sw. Dream knop vlak (rood) dan geen rek meer.

Maatregelen kunnen helpen om strekking te verminderen:

- Zorg voor een goede luchtbeweging onder in het gewas om de hele plant goed te laten verdampen. De luchtbeweging door stoken in de onderbuis of vloer is dan niet voldoende;

- Op tijd uitzetten van de planten is nodig. Het beste is (indien mogelijk) om de planten een keer extra uit te zetten met kleinere verschillen in plantafstand;

- De praktijk leert dat het aanhouden van een hogere nacht- als dagtemperatuur ook strekking kan voorkomen;

- Zorg dat, voordat de lampen ’s morgens gaan branden, de kastemperatuur 1ºC verlaagd wordt (bij LED-belichting) waardoor de opwarming van het gewas minder snel gaat. Bij gebruik van Son-T belichting de kastemperatuur 1,5-2ºC laten zakken.

Strekking bloemen boven het gewas uit.
Strekking bloemen boven het gewas uit.
Extreme bloemstrekking.
Extreme bloemstrekking.

Delen

Vragen?

André en Menno helpen jou graag.

AndreLontenMennoGobielje3